Dorpjes aan het meer

In de Gemeente Bellano, waarvan het originele bewoonde centrum vlakbij de oevers van Comomeer ligt, liggen talrijke dorpjes boordevol artistieke rijkdommen.

Ieder dorp heeft een eigen kerk of een oratorium, en de meeste hiervan werden reeds gebouwd vóór het einde van de zestiende eeuw, zoals ook blijkt uit de lijst van de akten van pastoraal bezoek van de Bisschop van Como, Feliciano Niguarda.

Beginnend aan de linkerkant van de helling waar de Pioverna stroomt, vinden we op het hoogste punt Pennaso. Dit dorpje, gelegen aan de weg die naar Valsassina leidt, staat bekend om de oude toegangspoort waar de inwoners uit Bellano, samen met de andere bewoners uit nabijgelegen dorpen, de soldaten van de Republiek van San Marco wisten weg te drijven. Het maakte ooit deel uit van het overkoepelende verdedigingssysteem van het Comomeer en de Valsassina. Vanaf hier was het mogelijk om te communiceren met de andere uitkijktorens in het netwerk, zoals de torens van Taceno en van Sommo Incino, Assogno, Inesio en Bagnala. Naar aanleiding van deze strategische waarde, zijn de wetenschappers van mening dat het uit het Romeinse tijdperk stamt.

In Biosio is een klein oratorium te vinden gewijd aan de Heiligen Francesco da Paola en Filippo Neri uit de 18e eeuw.

Het dorpje bestaat uit een klein groepje huizen aan de linkerkant van de kerk en het is verder omgeven door olijfgaarden.

Het is dan ook geen toeval dat hier de prestigieuze Olijfolie D.O.P. van de Laghi Lombardi geproduceerd wordt in de meest noordelijke oliemolen van Europa.

Biosio

Biosio

Iets lager, ligt Bonzeno dat goed te zien is dankzij zijn witte kerk gewijd aan Sant’Andrea, met zijn voorplein dat uitsteekt richting het meer en bereikbaar is via een steile trap waarlangs de kapellen van de Kruisweg (Via Crucis) liggen. Het is een van de dichtstbevolkte delen van het dorp en over de afgelopen jaren zijn er veel huizen bijgebouwd.

Bonzeno

Bonzeno

Iets verderop komen we, aan de beroemde Sentiero del Viandante, Rivalba tegen. Het bestaat eigenlijk maar uit een paar oude, traditionele huizen met stenen muren; vroeger was hier ook een bron met zwavelhoudend water, de Tartavallino, maar tegenwoordig is hier geen spoor meer van. Iets meer naar het zuiden, langs de Sentiero, ligt het typische kerkje gewijd aan de Heilige Maagd (Beata Vergine) dat dateert uit de tweede helft van de achttiende eeuw.

Tramonto ad Oro

Zonsondergang in Oro

Op de andere helling van de Pioverna, komen we als eerste Oro tegen. Het gehucht, dat pas in de jaren ‘70 toegankelijk werd via een rijweg, bestaat uit kleine huisjes die verticaal opgesteld zijn op de as van de rivier die er doorheen stroomt.

Op het laagste punt, vinden we de kerk gewijd aan Sint Gotthard (San Gottardo) waar een oud missaal staat met hierop een vermelding van de verwoesting van de Provost kerk in 1341.

Verdergaand te voet in noordelijke richting, van de Sentiero del Viandante af de heuvels, kijken we uit over de huizen van Grabbia en komen we bij het gehucht Verginate. Het maakt al sinds oudsher deel uit van Bellano, zoals ook blijkt uit oude documenten; tegenwoordig heeft het een meer stedelijke uitstraling, maar dankzij het schitterende landschap dat hier bewonderd kan worden en de andere tak van het Comomeer omarmt, is het nog altijd een bijzonder romantische plek. De recent gerestaureerde huizen zijn nu grotendeels tweede huizen en vakantiewoningen, maar veel van hun originele kenmerken zijn behouden.

Verder omhoog, langs het pad dat nu afbuigt naar het zuiden, komen we bij Pendaglio, waar het kleine kerkje gewijd aan San Domenico een van de meest weidse uitzichten biedt over het middelste deel van het meer. De oude weg waar de landsknechten in 1629 overheen liepen, loopt door het gehucht en wordt ook genoemd in de akten van de bisschop Feliciano Ninguarda. “Item sopra Gor, alla montagna un miglio et mezo, vi è un’altra villa de fochi 5, chiamata Pendai”.

Na de Valle dei Mulini (de Vallei van de Molens), die zijn naam dankt aan de hoge concentratie installaties die vroeger het water gebruikten om het graan te malen en als aandrijfkracht voor de werkmachines, is het lagergelegen gehucht Costa te zien met verderop Oro. Na een klein stukje over de provinciale weg afgelegd te hebben richting Vendrogno, komen we eindelijk bij Gora: de ideale plek voor wie houdt van natuur en rust. Ook dit kleine dorpje is genoemd in de akten van Ninguarda. “Item andando verso Dervio, lontano da Bellano mezo miglio, vi è una villetta de fuochi 2, detta la Costa. Item dalla Costa verso Dervio, mezo miglio lontano, vi è un’altra villa de fochi 6, detta Gor, con una capelleta”.

Vanaf hier loopt het pad omlaag, langs de cappella dei Miracoli (de Kapel der Wonderen): hier kan in alle rust genoten worden van de mystieke atmosfeer van deze bijzondere locatie. Iets verderop, langs het enorme Sanctuarium, komen we bij het voorplein van de kerk van Lezzeno. Het dorpje, dat aan de linkerkant van de kerk is gelegen, bestaat eigenlijk uit twee groepen huizen: het gedeelte dat het dichtst bij het Sanctuarium ligt, is het echte Lezzeno, terwijl het gedeelte dat noordelijker gelegen is de naam “Valletta” draagt, waarschijnlijk vanwege het feit dat de huizen langs een beek zijn gebouwd. De akten van Ninguarda maken hier reeds melding van, zonder uiteraard het postume sanctuarium te noemen. Vroeger stond hier ook een klein oratorium gewijd aan San Giuseppe, waarschijnlijk aan de andere kant van het bewoonde gedeelte, maar tegenwoordig is hier niks meer van over, behalve dan de verering van de heilige, die de patroonheilige van het dorp is.

We laten het Sanctuarium nu achter ons, om verder te gaan over de Sentiero del Viandante in zuidelijke richting, op weg naar Ombriaco. Dit typische dorpje is bijzonder oud en tevens het tweede meest bevolkte dorpje van Bellano. Vermelden waard is het Oratorium, in het hart van het bewoonde centrum, gewijd aan de Heiligen Bernardino e Sebastiano uit de 15e eeuw; het heiligdom is misschien wel gewijd aan deze heiligen, maar de inwoners van het dorp vieren ieder jaar San Vincenzo, vanwege een aantal gebeurtenissen die te maken hebben met een schilderij Ook hiervan is melding in de akten van Ninguarda. “item mezo un altro miglio sopra Bellano vi è un’altra villa de fochi 10, detta Imbriaco, con la chiesa di S.to Bernardino”.

frazione Ombriaco

Ombriaco

We laten de huizen van Ombriaco achter ons, om verder omhoog te klimmen over het steile bergpad dat ons meeneemt naar het hoogstgelegen dorpje van Bellano, met uitzondering van de dorpjes van Muggiasca, die nog veel hoger liggen. Het gaat om Pradello en ook dit dorpje wordt genoemd in de akten van de bisschop Ninguarda. “Item duoi miglia sopra Bellano, per andar in Valsassina, vi è una villeta chiamata Pradel”. Niet ver hiervandaan staat de kerk gewijd aan San Carlo Borromeo, die gebouwd werd tussen het einde van de 16e eeuw en het begin van de 17e eeuw. Tot 31 december 2019 was dit gehucht de laatste buitenpost richting Vendrogno en het hoogste punt van de gemeente.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief